Home

Audities.

Algemeen.
Heb je zin om mee te spelen met het NHJO? Twee keer per jaar organiseren wij audities, vlak voor het begin van een nieuwe repetitieperiode. Er wordt van je verwacht dat je een voordrachtsstuk speelt en een etude. Je mag je eigen pianobegeleider meenemen. Noodzakelijk is dit niet. Neem wel de pianopartij mee.  De te spelen stukken moeten van gelijkwaardig of hoger niveau zijn dan de stukken die staan vermeld bij jouw instrument. Wil je eerst wat meer weten over het orkest in het algemeen of de audities in het bijzonder, kijk dan op de contactpagina.
Viool. Fluit. Hoorn.
Violisten moeten een degelijke positietechniek hebben en over een goed vibrato en verschillende streektechnieken (zoals b.v. spiccato) beschikken. Voor te spelen werken: naast een voordrachtsstuk een etude (bijv. Mazas, Kleine Dont). Fluitisten moeten het volledige bereik van de fluit beheersen, van C' tot C'''' , en beschikken ook in de laagte over een goede toon. Zij houden zich bijv. bezig met Furstenau (eerste 8), Andersen en Drouet. Het kunnen spelen van piccolo strekt tot aanbeveling. Hoornisten (F- en/of Beshoorn) komen (in F-notatie) tot tenminste a'' en kunnen transponeren in E, Es, D en C. Zij spelen uit Stary (1e en 2e boek), Oscar Franz' concertetudes (no. 1) of Kopprasch.
Altviool. Hobo. Trompet.
Altviolisten moeten een degelijke positietechniek hebben en over een goed vibrato beschikken. Voor te spelen werken: b.v. een etude uit Mazas en het  Hoboïsten kennen de problemen van de Wiedemann-etudes (vanaf 20). Soms kunnen zij gevraagd worden een althobopartij te spelen. Cornet wordt in principe niet toegelaten. Trompettisten komen (in Bes) tot C''', transponeren in C, D en F. Zij beheersen en spelen o.a. etudes van Duhem.
alt-vioolconcert van Telemann. Het orkest bezit een aantal altviolen voor violisten die "over willen stappen". Klarinet. Trombone.
Cello. Klarinettisten houden zich bezig met etudes van Gambaro en Jean Jean. Zij zijn bij voorkeur ook in het bezit van een a-klarinet. Soms kunnen zij gevraagd worden een basklarinetpartij te spelen. Trombonisten komen tot Bes'. In de laagte maken zij de eerste drie pedaal-tonen (voor bastrombone alle 7). Zij lezen tenor- en altsleutel. Zij spelen etudes van bijv. Muller en Cornette.
Cellisten moeten het positiespel beheersen tot en met de zevende positie en kennis van de duimpositie hebben. Men kan de F- en tenorsleutel goed lezen. Streektechnieken als détaché en spiccato hebben zij reeds bestudeerd.
Fagot. Harp.
Fagottisten halen c'' en spelen Weissenborn-etudes. Soms kunnen zij gevraagd worden een contrafagotpartij te spelen. Harpisten zijn in het bezit van een pedaalharp. Zij spelen bijv. Nadermann  Preludes en etudes 3e band van Bochsa.
Contrabas.
Het orkest beschikt over twee contrabassen voor instrumentalisten, die graag dit instrument willen gaan bespelen.
Pauken:
etude voor twee pauken (zoals bijv. Hochrainer 10-12).
Slagwerk:
etude voor kleine trom (bijv. M. Peters 4, 5, 7), affiniteit met het spelen van bekkens, grote trom, triangel en evt. melodisch slagwerk.

Ik wil graag auditie doen